1. De feiten zijn ontleend aan het tussenvonnis van de rechtbank van 11 augustus 1994, ro. 1; van deze vaststelling is ook het hof, blijkens zijn tussenarrest van 29 januari 1997 (ro. 1) uitgegaan. [Verweerder] heeft in appel een grief tegen deze vaststelling (grief V) aangevoerd, maar het hof heeft die grief (ro. 37 van zijn genoemde tussenarrest) wegens gebrek aan belang verworpen.
2. Van beroep tandarts, zoals blijkt uit de gedingstukken, bijv. p.-v. van getuigenverhoor door de rechtbank van 20 januari 1995, p. 2.
3. De overeenkomst zelf (prod. 2 bij m.v.a.) is aangeduid als "tripartite-overeenkomst", welke spelling in de (meeste) gedingstukken in twee niet gekoppelde woorden is overgenomen. De in deze conclusie gehanteerde schrijfwijze (met ie) stemt overeen met de Woordenlijst van de Nederlandse Taal en met Van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse taal.
4. Intereffekt heeft de brief en de (ontwerp-)overeenkomst overgelegd bij c.v.a. in eerste aanleg. De brief spreekt van een "beheerovereenkomst". In de gedingstukken wordt deze gewoonlijk aangeduid als beheersovereenkomst, maar ik prefereer de aanduiding zonder s; de overeenkomst strekte tot beheren en niet tot beheersen. De rechtbank heeft in haar tussenvonnis van 11 augustus 1994 de naar haar oordeel van belang zijnde passages in die beheerovereenkomst geciteerd. Deze weergave staat, als onbestreden, vast als juist (tussenarrest 29 januari 1997, ro. 11).
5. Tussenarrest 10 december 1997, ro. 3.
6. Tussenvonnis 11 augustus 1994, ro. 7.
7. Tussenarrest 29 januari 1997, ro. 28.
8. Zie voor een en ander: vonnis rb. van 11 augustus 1994, roo. 1.9., 2.5. en 3.3.
9. Tussenarrest hof 29 januari 1997, ro. 17.
10. Bij c.v.r. in eerste aanleg, resp. bij m.v.gr. (vgl. het in de vorige noot genoemde arrest, ro. 32). Hierbij teken ik aan dat uit deze cijfers volgt dat [verweerder] in de bewuste periode van april 1991 tot januari 1992 f 178.063 zou hebben verloren, ofwel bijna 37,5% van de waarde op 9 januari 1991. [Verweerder] heeft als verliezen bedragen van f 275.000 en van f 200.000 genoemd.
11. Eindarrest, ro. 2.
12. Vgl. Asser-Kortmann-De Leede-Thunnissen, 5-III, 1994, nr. 168, p. 138 e.v.
13. Wet toezicht effectenverkeer 1995, art. 1, onder c; voordien: Wet toezicht effectenverkeer (1992), eveneens art. 1, onder c. Beide wetten worden afgekort als: Wte.
14. Een door de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) uitgevaardigde uitvoeringsregeling van de Wte 1995, Stcrt 1999, nr. 12, p. 9; in werking 1 februari 1999.
15. Onder churning verstaat men het door een effectenbemiddelaar, i.h.b. in het kader van vermogensbeheer, opvoeren van het aantal voor een cliënt gedane transacties, met het doel zoveel mogelijk provisie te kunnen incasseren.
16. De handelsnaam van de vml. Vereniging voor de Effectenhandel.
17. Thans (indirect) opgevolgd door de Klachtencommissie van het Dutch Securities Institute.
18. Later (in 1994) vervangen door een bepaling in art. 5.B van het Ledenreglement; vgl. K. Frielink en G.T.J. Hoff in Tjittes/Blom, Bank & aansprakelijkheid 1996, p. 51.
19. Klachtencommissie Effectenbedrijf nr. 85/07, 29 oktober 1985, te vinden op de cd-rom "Uitsprakenblad", uitgave Nederlands Instituut voor het Bank- en Effectenbedrijf (NIBE), Amsterdam; zie voorts Verslag Klachtencommissies over het jaar 1985, p. 18, alsmede K. Frielink/G.T.J. Hoff, Geschillen in het effectenverkeer, 1995, p. 51.
20. Idem, nr. 90/37, 4 december 1990, a.w.; zie voorts Verslag Klachtencommissies over het jaar 1990, p. 45 en Frielink/Hoff, a.w., p. 53.
21. Bijv.: het nastreven van vermogensgroei met de daarmee gepaard gaande risico's, behoud inleg met vermijding van risico's, belastingbesparing.
22. Vgl. Frielink/Hoff, a.w. (2 x) en M.R. Mok, in Tjittes/Blom, a.w., p. 35-37.
23. Zoals thans, op grond van de Nadere Regeling w.t.e. verplicht is.
24. Vgl. Hugenholtz/Heemskerk, Hoofdlijnen. 1998, nr. 134, p. 161.
25. De deskundige stelt in zijn bericht aan het hof dat er geen gouden regel voor beleggen bestaat. Daarbij doelt hij echter op de vraag hoe men beleggen moet, niet op die hoe men dit niet moet doen.
26. De deskundige noemt in zijn bericht, 2e blad de Golf-oorlog ("Desert Storm effect").
27. Cursivering toegevoegd.
28. M.v.a., p. 15.
29. Van "de" vijf Nederlandse internationals.
30. De m.v.a. van Intereffekt deed hier wat Intereffekt de deskundige verwijt, nl. niet vermelden waar dit gegeven op berust.
31. Deskundigenbericht, 4e blad.
32. Bedoeld is: afgeleide producten met een korte looptijd.
33. Vierde blad, met verbetering van een verschrijving.
34. Tussenarrest 10 december 1997, ro. 15.
35. Zie hiervóór, § 3.5.1., met noot 18, en § 3.6.
36. Tot welke instelling hij zic h ook had kunnen wenden.
37. Nr. 15, p. 7-8, met literatuurverwijzingen in noot 3.
38. H.E. Ras, De grenzen van de rechtsstrijd in hoger beroep in burgerlijke zaken, 1992, nrs. 18-19, p. 26 e.v.
39. Star Busmann, Cleveringa en Pels Rijcken.
40. Vgl. HR 24 april 1981, NJ 1981, 494, m.nt. H.H. Heemskerk.
41. In het tussenvonnis van de rechtbank van 11 augustus 1994 weergegeven.
42. Ro. 1.6. van het tussenvonnis van de rechtbank
43. In de c.v.a. in cassatie, tevens inhoudend incidenteel beroep, abusievelijk aangeduid met het cijfer V; vgl s.t. advocaat [verweerder], nr. 42, p. 15.
44. Zie voor de uitzonderingsgronden Snijders/Wendels, Civiel appel, 1999, nr. 96 e.v., p. 72 e.v.
45. 5e blad.