ECLI:NL:PHR:2001:AB1205
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid vermogensbeheerder wegens tekortschieten in informatie- en waarschuwingsplicht
In deze zaak staat de vraag centraal of Intereffekt Commissionairs B.V. aansprakelijk is voor schade geleden door [verweerder] als gevolg van het beheer van diens effectenportefeuille. Partijen sloten medio 1989 een tripartiete overeenkomst waarbij Intereffekt namens [verweerder] effecten kocht en verkocht. Op 9 april 1991 werd een beheerovereenkomst gesloten, waarna het beheer formeel begon.
Het hof oordeelde dat Intereffekt tekort is geschoten in haar verplichtingen tot en met 9 april 1991, met name door onvoldoende informatie te verschaffen over de risico's van de beleggingen en het ontbreken van een adequaat gespreid beleggingsbeleid. Dit oordeel was gebaseerd op een deskundigenbericht dat stelde dat het handelen van Intereffekt niet voldeed aan hetgeen van een redelijk handelend vermogensbeheerder mag worden verwacht.
Intereffekt voerde in cassatie diverse middelen aan, onder meer over de motivering van het deskundigenbericht en de vraag of sprake was van grove schuld. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde dat het hof terecht heeft geoordeeld dat Intereffekt aansprakelijk is voor tekortkomingen in het beheer tot 9 april 1991. Ook werd overwogen dat de exoneratieclausule in de beheerovereenkomst pas vanaf die datum geldt. De zaak benadrukt het belang van schriftelijke vastlegging van afspraken en een zorgvuldige informatie- en waarschuwingsplicht door vermogensbeheerders.
Uitkomst: Intereffekt is aansprakelijk voor tekortschieten in beheer tot 9 april 1991 en veroordeeld tot schadevergoeding.