ECLI:NL:PHR:2001:AB1253
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van rekest-civiel tegen adoptievonnis wegens verkeerde rechtsingang
De zaak betreft een geschil over de juiste rechtsgang voor het aanvechten van een adoptievonnis. Eiser heeft verzocht om een omgangsregeling met zijn kinderen, die na adoptie door de nieuwe echtgenoten van zijn ex-partner zijn geadopteerd. Hij stelde dat de adoptieprocedure met bedrog was omgeven, omdat zijn adres onjuist was vermeld en hij daardoor niet correct was opgeroepen.
De rechtbank wees het verzoek tot omgang af en verwierp het rekest-civiel dat eiser instelde tegen het adoptievonnis. De Hoge Raad onderzocht of het rekest-civiel de juiste procedure was, gelet op de aard van het adoptievonnis als beschikking in een verzoekschriftprocedure.
De Hoge Raad concludeert dat het rekest-civiel bij dagvaarding niet openstaat tegen een adoptievonnis en dat het verzoekschrift de juiste rechtsgang is. Omdat eiser de verkeerde procedure heeft gekozen, had de rechtbank hem niet-ontvankelijk moeten verklaren. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en eiser wordt ambtshalve niet-ontvankelijk verklaard in zijn rekest-civiel.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn rekest-civiel tegen het adoptievonnis.