ECLI:NL:PHR:2001:AB1426
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling reflexwerking art. 31 WVW bij letselschade bromfietser door fietser met verzekeringsdekking
In deze zaak staat centraal de vraag of art. 31 WVW Pro (oud), thans art. 185 WVW Pro, reflexwerking toekomt bij letselschade van een bromfietser die niet verzekerd was, veroorzaakt door een fietser die wel verzekerd was en schuld had aan het ongeval. De bromfietser liep ernstig blijvend letsel op en vorderde volledige schadevergoeding van de fietser. Rechtbank en Hof oordeelden dat reflexwerking niet van toepassing is en veroordeelden de fietser tot volledige schadevergoeding.
De Hoge Raad bevestigt dat art. 31 WVW Pro een verzwaarde aansprakelijkheid inhoudt ter bescherming van kwetsbare verkeersdeelnemers, maar dat deze bescherming niet doorwerkt in de zin van reflexwerking bij letselschade van een onverzekerde gemotoriseerde partij tegenover een verzekerde ongemotoriseerde partij. De 50%-regel, ontwikkeld als billijkheidscorrectie, is niet van overeenkomstige toepassing in deze situatie.
De Hoge Raad benadrukt dat de aansprakelijkheid van de fietser volledig blijft bestaan, mede gelet op de ernst van het letsel, de jeugdige leeftijd van de bromfietser en het ontbreken van verzekering. De causaliteitsafweging leidt tot een verdeling van 90% schuld bij de fietser en 10% bij de bromfietser, maar de billijkheidscorrectie leidt tot volledige aansprakelijkheid van de fietser. Het bewijsaanbod omtrent het voeren van licht werd door het Hof afgewezen als niet relevant.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de uitspraken van Rechtbank en Hof. Dit arrest verduidelijkt de toepassing van reflexwerking en billijkheidscorrectie in verkeersletselschadezaken waarbij sprake is van ongelijke verzekeringsdekking tussen partijen.
Uitkomst: De fietser wordt volledig aansprakelijk gehouden voor de letselschade van de bromfietser, zonder toepassing van reflexwerking van art. 31 WVW of de 50%-regel.