ECLI:NL:PHR:2001:AB1453
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor bodemverontreiniging door verbranden autobanden
Verdachte werd door het Hof te Leeuwarden veroordeeld tot een geldboete wegens het medeplegen van overtreding van artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming door samen met anderen autobanden te verbranden op straat, waardoor verbrandingsresten op de bodem terechtkwamen. Verdachte voerde onder meer aan dat bodemverontreiniging objectief onmogelijk was vanwege de bevroren zandlaag onder de klinkerbestrating en de aanwezigheid van een riool.
Het Hof oordeelde dat de bodem, zoals gedefinieerd in de Wet bodembescherming, het vaste deel van de aarde met daarin aanwezige vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen omvat, en dat de zandlaag onder de klinkers wel degelijk deel uitmaakt van de bodem. De bevroren toestand van de bodem en de bestrating sloten het risico op verontreiniging niet uit, mede omdat bluswater de bodem kon binnendringen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep. Ook het verweer dat de behandeling van de zaak te lang had geduurd werd afgewezen. De strafmotivering door het Hof, waarbij rekening werd gehouden met het tijdsverloop sinds het feit, werd als voldoende beoordeeld. Het beroep werd derhalve verworpen.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete wegens medeplegen van overtreding van de Wet bodembescherming door het verbranden van autobanden met mogelijke bodemverontreiniging.