ECLI:NL:PHR:2001:AB1520
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis wegens onjuiste kwalificatie deelname aan criminele organisatie bij invoer van hashish
De zaak betreft de tenuitvoerlegging in Nederland van een in de Verenigde Staten opgelegde gevangenisstraf aan betrokkene wegens betrokkenheid bij een drugssmokkelzaak. Betrokkene werd veroordeeld voor het medeplegen van invoer van circa 13,6 ton hashish vanuit Afrika naar de VS.
De rechtbank kwalificeerde het materiële feitencomplex als deelname aan een organisatie met het oogmerk meerdere misdrijven te plegen, op grond van artikel 140 Wetboek Pro van Strafrecht. Betrokkene stelde cassatieberoep in tegen deze kwalificatie.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat sprake was van een criminele organisatie in de zin van art. 140 Sr Pro, omdat het oogmerk slechts één enkel misdrijf betrof, namelijk de invoer van hashish. De Hoge Raad stelt dat voor strafbaarheid op grond van art. 140 Sr Pro vereist is dat het oogmerk meerdere misdrijven omvat.
Verder concludeert de Hoge Raad dat het feit naar Nederlands recht moet worden gekwalificeerd als medeplegen van het binnenbrengen van hashish volgens de Opiumwet, en dat de rechtbank ten onrechte niet de toepasselijke wetsartikelen (art. 47 Sr Pro en art. 3 en Pro 11 Opiumwet) heeft vermeld.
De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden vonnis voor zover het de kwalificatie betreft en wijst het cassatieberoep voor het overige af. De Hoge Raad zal de juiste wetsartikelen vermelden en de zaak terugwijzen.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het de kwalificatie betreft; het feit wordt naar Nederlands recht gekwalificeerd als medeplegen van invoer van hashish.