ECLI:NL:PHR:2001:AB1592
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vonnis economische politierechter inzake overtreding milieubeheer
De verdachte is door de economische politierechter te Haarlem veroordeeld wegens overtreding van een voorschrift van de Wet milieubeheer, met een geldboete en voorwaardelijke hechtenis. Tegen dit vonnis zijn door de raadsman van de verdachte drie cassatiemiddelen ingediend.
De tenlastelegging betrof het onrechtmatig lozen van afvalstoffen in de bodem nabij het Zijkanaal B te Velsen-Zuid. De tenlastelegging bevatte de formulering "al dan niet opzettelijk", waardoor primair een misdrijf en subsidiair een overtreding werd gesteld. Omdat hoger beroep slechts openstaat tegen het gehele vonnis en het hier mede om een misdrijf ging, stond de verdachte ingevolge de Wet economische delicten (WED) hoger beroep toe en was cassatie uitgesloten.
De verklaring van de verdachte bij de griffie van de rechtbank, waarin het rechtsmiddel werd ingesteld, moet worden opgevat als een hoger beroep tegen het vonnis. Hierdoor zijn de cassatiemiddelen buiten beschouwing gebleven en is de zaak doorverwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor behandeling in hoger beroep door de Economische Kamer.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dat de akte rechtsmiddel aldus moet worden verstaan en dat de stukken aan het gerechtshof moeten worden verzonden. Hoewel in het vonnis sprake is van vrijspraak voor hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan bewezen, blijkt uit de stukken dat de economische politierechter de eis van de officier van justitie heeft gevolgd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart dat de verklaring van de verdachte moet worden opgevat als hoger beroep en verwijst de zaak door naar het gerechtshof Amsterdam.