ECLI:NL:PHR:2001:AB2053
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt norm voor kennelijk onbehoorlijk bestuur bij bestuurdersaansprakelijkheid
Deze zaak betreft een cassatieberoep in een procedure waarin de curator van de gefailleerde vennootschap Panmo Produktie B.V. bestuurdersaansprakelijkheid vordert wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur op grond van art. 2:248 BW Pro. De curator stelt dat het bestuur van Panmo onverantwoordelijk heeft gehandeld door grote financiële risico's te aanvaarden, met name door het overnemen van managementtaken van de financieel zwakke vennootschap Scarpa en het inboeken van facturen van Jeanserie zonder zekerheden.
De rechtbank had het bestuur veroordeeld wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur, maar het hof vernietigde dit oordeel en oordeelde dat het financiële risico onderdeel was van een poging om omzet en marktaandeel te vergroten en daarmee het voortbestaan van Panmo te redden. Het hof vond het risico niet onaanvaardbaar groot en oordeelde dat er geen sprake was van roekeloos en onbezonnen gedrag dat de crediteuren bewust benadeelde.
De Hoge Raad bevestigt in dit arrest dat kennelijk onbehoorlijk bestuur inhoudt dat bestuurders ernstig verwijtbaar, roekeloos en onbezonnen moeten hebben gehandeld met de wetenschap dat crediteuren daarvan de dupe zouden worden. Het hof heeft deze maatstaf juist toegepast en zijn oordeel voldoende gemotiveerd. Het beroep van de curator wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel dat geen sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur wordt bekrachtigd.