ECLI:NL:PHR:2001:AB2148
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen onrechtmatige daad door Coopers & Lybrand in rapportage over Landinvest en Landvision
Deze zaak betreft een geschil tussen Landvision en eiser 1 enerzijds en Coopers & Lybrand en haar accountants anderzijds over de inhoud en gevolgen van een rapportage van een accountant verbonden aan Coopers & Lybrand. Landvision en eiser 1 vorderden onder meer een verklaring voor recht van onrechtmatigheid, rectificatie en schadevergoeding wegens vermeende onzorgvuldige en onjuiste rapportage.
De feiten betreffen het ontstaan van onenigheid binnen een groep aandeelhouders van Landinvest, waarbij Landvision als directeur werd ontslagen. De accountant rapporteerde aan de Raad van Commissarissen zonder Landvision te horen, waarna de rapportage onder aandeelhouders werd verspreid. De Raad van Tucht stelde vast dat de rapportage geen onjuiste constateringen bevatte, maar onvoldoende zorgvuldigheid in de presentatie had.
De rechtbank wees de vorderingen van Landvision en eiser 1 af en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat de rapportage geen onrechtmatige daad opleverde jegens Landvision en eiser 1, mede omdat de tuchtrechtelijke berisping niet inhield dat de inhoud onjuist was. Ook was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de rapportage schade had veroorzaakt. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat Coopers & Lybrand niet onrechtmatig heeft gehandeld en wijst het cassatieberoep af.