ECLI:NL:PHR:2001:AB2555
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt terugvordering bijstand ondanks niet-melding omvang werkzaamheden
Verzoekers, echtgenoten die sinds 1977 bijstand ontvingen, werden door de gemeente Venlo aangesproken op terugvordering van ruim 143.000 gulden bijstand die zij tussen 1991 en 1996 ten onrechte ontvingen. Dit omdat verzoeker 1 op grote schaal werkzaamheden verrichtte zonder dit volledig te melden, wat leidde tot onjuiste bijstandverstrekking.
De kantonrechter wees het verzoek van de gemeente toe, maar de rechtbank vernietigde dit en wees het verzoek af. De Hoge Raad vernietigde vervolgens het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak naar het hof, dat het verzoek van de gemeente alsnog toewijst. Verzoekers stelden onder meer dat de gemeente op de hoogte was van de werkzaamheden en dat de opbrengst gering was.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat verzoekers onvoldoende bewijs hebben geleverd dat zij niet meer verdienden dan opgegeven en dat zij niet voldeden aan hun inlichtingenplicht. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en zorgvuldigheidsbeginsel faalt. Daarnaast is geoordeeld dat de gemeente in deze procedure niet verplicht was een procureur te stellen.
Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de terugvordering van de bijstand door de gemeente Venlo standhoudt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de terugvordering van bijstand door de gemeente Venlo blijft in stand.