ECLI:NL:PHR:2001:AB2735
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing schadevergoeding wegens niet-naleving opschortende voorwaarden joint venture
Partijen onderhandelden eind 1994 over de oprichting van een joint venture in Egypte. Na ondertekening van een letter of intent en een joint venture-agreement beëindigde verweerster de samenwerking voortijdig. Eiser vorderde schadevergoeding wegens gemaakte kosten en gederfde winst.
Rechtbanken oordeelden dat opschortende voorwaarden, waaronder het verkrijgen van vijf raamcontracten of letters of intent en een financieringstoezegging, niet waren vervuld. Zonder vervulling van deze voorwaarden was verweerster niet aansprakelijk voor kosten of schade.
De Hoge Raad bevestigt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat aan deze voorwaarden zou zijn voldaan indien de samenwerking niet was beëindigd. Het hof mocht daarom de schadevordering afwijzen. De cassatie wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de schadevordering wegens niet-naleving van opschortende voorwaarden niet toewijsbaar is.