ECLI:NL:PHR:2001:AB2754
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verbod op parkeren van auto's in tuin gehuurd huis ondanks eerder gedogen
De zaak betreft een geschil tussen een huurder en een woningbouwvereniging over het gebruik van de tuin bij een huurwoning voor het stallen van auto's. De huurder stelde dat hij sinds de jaren tachtig de tuin als parkeerplaats gebruikte met gedogen van de woningbouwvereniging. Na een beleidswijziging in 1991 verbood de woningbouwvereniging dit gebruik.
De huurder kreeg in 1991 van de gemeente toestemming om een uitrit aan te leggen en betegelde de tuin om deze als parkeerplaats te gebruiken. De woningbouwvereniging vorderde dat de huurder het parkeren in de tuin zou staken en de aangebrachte voorzieningen zou verwijderen.
De rechtbank oordeelde dat de huurder onvoldoende bewijs had geleverd dat hij de tuin al vóór de beleidswijziging als parkeerplaats gebruikte en verbood het parkeren in de tuin. De Hoge Raad oordeelde dat de woningbouwvereniging de bewijslast droeg om aan te tonen dat het parkeren pas na 1991 plaatsvond en dat de huurder tegenbewijs mocht leveren, maar dat de huurder dit niet voldoende had gedaan. Het beroep van de huurder werd verworpen.
Uitkomst: Het verbod op het parkeren van auto's in de tuin van de huurwoning wordt bevestigd en het cassatieberoep van de huurder wordt verworpen.