ECLI:NL:PHR:2001:AB2795
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid gemeente voor inkomensschade na beëindiging huurovereenkomst en brand
In deze zaak vordert de gemeente Leeuwarden cassatie tegen een uitspraak waarin zij aansprakelijk werd gehouden voor de door [verweerder] geleden schade na beëindiging van een huurovereenkomst voor horecaruimten.
De kern van het geschil betreft de vraag of een brand die na de beëindiging van de huurovereenkomst plaatsvond, de aansprakelijkheid van de gemeente voor de inkomensschade van [verweerder] wegneemt. De rechtbank had geoordeeld dat er geen oorzakelijk verband bestond tussen de brand en de schade, omdat [verweerder] de horecafaciliteit al niet meer exploiteerde.
De Hoge Raad bevestigt de hoofdregel dat latere schadeoorzaken de aansprakelijkheid uit hoofde van een eerdere schadeoorzaak niet doorbreken, tenzij de latere oorzaak voor rekening van de benadeelde zelf komt. Hier was de brandstichting door derden, waardoor de gemeente aansprakelijk blijft voor de eerder ontstane schade.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat het verweer van de gemeente over de mogelijkheid van verzekering slechts een overweging ten overvloede is. Ook wordt vastgesteld dat de gemeente niet tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen bepaalde schadeposten, waardoor deze gehandhaafd blijven.
De conclusie van de Hoge Raad is dat het bestreden vonnis vernietigd wordt vanwege een onjuiste beoordeling van enkele grieven, maar de hoofdregel over aansprakelijkheid blijft ongewijzigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de gemeente aansprakelijk blijft voor inkomensschade ondanks de latere brand en vernietigt het vonnis wegens onjuiste griefbeoordeling.