ECLI:NL:PHR:2001:AB2809
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep inzake mensenroof en valsheid in geschrift
In deze zaak stond verdachte terecht voor mensenroof en medeplegen van valsheid in geschrift. Het hof sprak verdachte vrij van mensenroof omdat het kind vanuit Brazilië naar Nederland was gebracht, wat volgens artikel 278 Sr Pro niet onder het begrip 'over de grenzen van het Rijk in Europa voeren' valt. Wel werd verdachte veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift.
Het openbaar ministerie stelde cassatieberoep in tegen de vrijspraak, maar de Hoge Raad oordeelde dat tegen een zuivere vrijspraak geen cassatieberoep openstaat. Het cassatieberoep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast werd een incidenteel cassatieberoep van verdachte niet-ontvankelijk verklaard omdat geen principaal cassatieberoep door hem was ingesteld.
De Hoge Raad bevestigde de uitleg van artikel 278 Sr Pro zoals gegeven door het hof en benadrukte dat uitbreiding van de reikwijdte een taak is voor de wetgever. De procedure kende enkele administratieve fouten omtrent aanzeggingen, maar deze leidden niet tot een andere uitkomst.
Uitkomst: Het cassatieberoep van het openbaar ministerie werd niet-ontvankelijk verklaard en het incidentele cassatieberoep van verdachte werd afgewezen.