ECLI:NL:PHR:2001:AB2904
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet tijdig indienen cassatieschriftuur
De verdachte is door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar en zes maanden wegens medeplegen van een overtreding van de Opiumwet. Tegen dit vonnis stelde de verdachte cassatieberoep in op 2 oktober 2000.
Na betekening van de aanzegging op 12 februari 2001 diende de raadsman van de verdachte echter niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van twee maanden een cassatieschriftuur in bij de Hoge Raad. Dit was verplicht sinds de inwerkingtreding van de gewijzigde artikel 437, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering op 1 oktober 2000.
Omdat de cassatieschriftuur niet tijdig is ingediend, moet de verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn cassatieberoep. De overgangsregeling in artikel VII van de wijzigingswet is niet van toepassing omdat het cassatieberoep pas na de inwerkingtreding van de wet is ingesteld.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van de cassatieschriftuur.