ECLI:NL:PHR:2001:AB2936
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens ongeldige oproeping en onvolledige bewezenverklaring bij ordeverstoring in dronkenschap
Verzoeker werd door de Arrondissementsrechtbank Maastricht in hoger beroep veroordeeld voor het verstoren van de openbare orde terwijl hij in staat van dronkenschap verkeerde. De oproeping voor de terechtzitting in eerste aanleg was aan verzoeker persoonlijk uitgereikt, maar voldeed niet aan de wettelijke eisen van art. 386 Sv Pro zoals sinds 1 februari 1998 van kracht. Zo ontbrak de vermelding dat de korte feitomschrijving bij aanvang van de zitting zou worden aangevuld of verbeterd.
De bewezenverklaring in het vonnis was onvolledig: de plaats en het tijdstip van de overtreding werden niet vermeld en de wijze waarop de orde werd verstoord ontbrak. Dit maakte het verzoeker onmogelijk om zich adequaat te verdedigen. De rechtbank had de oproeping nietig moeten verklaren en de zaak moeten terugwijzen naar de Kantonrechter voor een nieuwe behandeling.
De Hoge Raad constateert dat de rechtbank ten onrechte de proeftijd van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf heeft verlengd terwijl het ging om een deels voorwaardelijke geldboete. De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest, behoudens het vonnis van de Kantonrechter, en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting bij de Kantonrechter te Maastricht.
Uitkomst: Het arrest van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de Kantonrechter voor hernieuwde berechting.