ECLI:NL:PHR:2001:AB3188
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing onbetaalde arbeid als sanctie bij economische delicten
Verdachte werd door het Gerechtshof te 's Gravenhage veroordeeld voor meerdere overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen, waarbij onbetaalde arbeid ten algemenen nutte werd opgelegd als vervanging van hechtenis. De Advocaat-Generaal stelde beroep in cassatie in vanwege behoefte aan duidelijkheid over de wettelijke basis van deze sanctie bij economische delicten.
De kern van het geschil betrof de vraag of de Wet op de economische delicten (WED) de toepassing van onbetaalde arbeid als straf kan uitsluiten, aangezien deze sanctie niet expliciet in de WED is genoemd. Het Hof had geoordeeld dat artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht, in samenhang met artikel 91, de toepassing van onbetaalde arbeid mogelijk maakt.
De Hoge Raad overwoog dat de WED primair beoogt het sanctiestelsel te concentreren bij de strafrechter en administratieve sancties uit te sluiten. De onbetaalde arbeid is een bijzondere, alternatieve sanctie die sinds de jaren zeventig is ontwikkeld en gecodificeerd in het Wetboek van Strafrecht. Gezien het bijzondere karakter en de wettelijke voorwaarden acht de Hoge Raad toepassing bij economische delicten gerechtvaardigd en verwierp het beroep in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat onbetaalde arbeid ten algemenen nutte als vervangende sanctie kan worden opgelegd bij economische delicten.