ECLI:NL:PHR:2001:AB3198
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Behandeling uitleveringsverzoek in openbaar ondanks verzoek tot gesloten deuren
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank Roermond die de uitlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toelaatbaar verklaarde. De opgeëiste persoon had verzocht om de behandeling van het uitleveringsverzoek achter gesloten deuren te laten plaatsvinden vanwege gevoelens van schaamte.
De rechtbank wees dit verzoek af en behandelde de zaak in het openbaar. De Hoge Raad stelt dat artikel 25 lid 1 van Pro de Uitleveringswet 1967 voorschrijft dat het verhoor van de opgeëiste persoon in het openbaar moet plaatsvinden, tenzij deze persoon verzoekt om een behandeling achter gesloten deuren of de rechtbank om gewichtige redenen sluiting der deuren beveelt. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat zij het verzoek mocht toetsen en afwijzen.
Desondanks oordeelt de Hoge Raad dat deze onjuiste rechtsopvatting niet leidt tot nietigheid van de bestreden uitspraak, omdat het belang van openbaarheid van de rechtspleging niet is geschaad en de controleerbaarheid van de procedure niet in het geding is geweest. Het persoonlijke belang van de opgeëiste persoon is mogelijk geraakt, maar dit rechtvaardigt geen vernietiging van de uitspraak.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de uitleveringsbeslissing van de rechtbank.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering blijft toegelaten ondanks het afgewezen verzoek tot gesloten deuren.