ECLI:NL:PHR:2001:AD3971
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Civiele aansprakelijkheid en schadevergoeding na doodslag met riotgun
In deze zaak vordert de weduwe van het slachtoffer een verklaring voor recht en schadevergoeding wegens de doodslag op haar echtgenoot met een riotgun. De echtgenoot van de weduwe was door de eiser met een riotgun beschoten en overleed aan zijn verwondingen. De eiser was strafrechtelijk veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor doodslag.
De rechtbank kende de civielrechtelijke aansprakelijkheid toe en veroordeelde de eiser tot schadevergoeding aan de weduwe. Het hof bevestigde dit oordeel en liet de weduwe toe tot de schadestaatprocedure. De eiser stelde in cassatie diverse middelen aan, waaronder dat het hof ten onrechte het strafvonnis als dwingend bewijs had aangenomen en dat de aansprakelijkheid jegens de weduwe niet was vastgesteld.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht het onherroepelijke strafvonnis als dwingend bewijs heeft toegepast en dat de civielrechtelijke aansprakelijkheid jegens de weduwe op grond van art. 6:108 BW Pro is vastgesteld. De klachten over motivering, bewijsaanbod en oorzakelijk verband worden verworpen. De schadestaatprocedure blijft open voor de vaststelling van omvang en toewijsbaarheid van de schadevergoeding. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de civielrechtelijke aansprakelijkheid van eiser wordt bevestigd.