ECLI:NL:PHR:2001:AD3980
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring exploit van dagvaarding wegens gebrekkige betekening en weigering verstek
In deze cassatieprocedure heeft eiser beroep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Eiser dagvaardde de gebroeders verweerders en stelde dat zij uitdrukkelijk domicilie hadden gekozen bij hun advocaat Mr Schaaf. Tijdens de zittingen verschenen de verweerders niet, waarop eiser verstek tegen hen verzocht.
De Hoge Raad stelde vast dat eiser geen akte van domiciliekeuze had overgelegd en evenmin een schriftelijke verklaring van Mr Schaaf waaruit bleek dat de dagvaarding aan de verweerders was doorgezonden. De betekening van de dagvaarding aan het kantoor van Mr Schaaf voldeed niet aan de eisen van artikel 407 lid 5 Rv Pro, omdat Mr Schaaf niet als procureur voor de verweerders was opgetreden in de vorige instantie.
Het exploit van dagvaarding voldeed niet aan de vereisten van artikel 4 Rv Pro en artikel 407 lid 5 Rv Pro, waardoor het nietig was op grond van artikel 91 Rv Pro. Ook het herstelexploit was niet rechtsgeldig, omdat het niet tijdig was uitgebracht en niet voldeed aan de wettelijke termijnen. De Hoge Raad oordeelde daarom dat het gevraagde verstek tegen de verweerders moest worden geweigerd en verklaarde het exploit van dagvaarding nietig.
Uitkomst: Het exploit van dagvaarding wordt nietig verklaard en het gevraagde verstek tegen verweerders wordt geweigerd.