ECLI:NL:PHR:2001:AD3988
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen onrechtmatige weigering tot indeplaatsstelling huurovereenkomst benzinestation
Eiser 1 huurde sinds 1950 een terrein van de gemeente waarop een benzinestation werd geëxploiteerd, dat later door eiser 2 werd overgenomen. In 1987 verzocht eiser 1 de gemeente om toestemming voor indeplaatsstelling van de huurovereenkomst ten gunste van eiser 2, welke werd geweigerd vanwege verkeersveiligheid en toekomstige verkeersplannen van de gemeente. De rechtbank verleende uiteindelijk machtiging tot indeplaatsstelling, maar de gemeente startte een procedure tot beëindiging van de huurovereenkomst, die werd afgewezen.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de gemeente niet onrechtmatig had gehandeld met haar weigering, omdat zij haar belangen op een maatschappelijk aanvaardbare wijze had behartigd en er voor de gemeente een reële mogelijkheid bestond om de huurovereenkomst binnen enkele jaren te beëindigen. De stelling van eisers dat de gemeente een valse grond had aangevoerd werd verworpen.
Eisers stelden dat de gemeente onrechtmatig had gehandeld en vorderden schadevergoeding, maar het hof verwierp hun grieven en bevestigde dat de gemeente haar bevoegdheid niet had misbruikt. De Hoge Raad concludeert dat het hof de zaak juist heeft beoordeeld en verwerpt het cassatieberoep, waarmee het oordeel dat geen onrechtmatigheid is vastgesteld definitief is.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen; de gemeente handelde niet onrechtmatig door het verzoek tot indeplaatsstelling te weigeren.