ECLI:NL:PHR:2001:AD3991
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg polisbeding over van buiten aankomend onheil bij verduistering door medeverzekerde huurder
In deze zaak draait het om de uitleg van een polisbeding waarin schadevergoeding is beperkt tot schade door een 'van buiten aankomend onheil'. Vitesse verhuurt vorkheftrucks en had een verzekering met stilzwijgende verlenging afgesloten. Een huurder, die ook onder de polis viel, verduisterde een vorkheftruck door deze te verkopen aan een derde. Vitesse vorderde vergoeding van de verzekeraars, die dit weigerden met het argument dat de schade niet door een van buiten aankomend onheil was veroorzaakt.
De rechtbank en het hof Amsterdam wezen de vordering af met als kernargument dat de verduistering door een medeverzekerde huurder niet als van buiten aankomend onheil kan worden beschouwd. Het hof motiveerde dat de schade tot het bedrijfsrisico van Vitesse behoort en dat de huurder als medeverzekerde de schade veroorzaakt heeft.
In cassatie betoogde Vitesse dat het begrip 'van buiten aankomend onheil' conform de verzekeringsrechtelijke betekenis moet worden uitgelegd en dat de eigen schuld van de huurder niet aan haar toegerekend kan worden omdat hun belangen uiteenlopen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn uitleg van de polisvoorwaarden als feitelijke kwestie heeft vastgesteld en dat het oordeel begrijpelijk is, maar vernietigde het arrest vanwege onduidelijkheid over de motivering en de wijze van verhuur via een tussenpersoon. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het bewijsaanbod van Vitesse ten onrechte als te vaag werd verworpen. De zaak wordt verwezen naar het hof Den Haag voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof Den Haag voor verdere behandeling.