ECLI:NL:PHR:2001:AD4010
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling draagkracht en inkomensverlies bij vaststelling kinderalimentatie na hertrouwen onderhoudsplichtige
In deze zaak staat de uitleg centraal van eerdere uitspraken van de Hoge Raad over de draagkrachtberekening bij kinderalimentatie, specifiek over het buiten beschouwing laten van inkomensverlies van de onderhoudsplichtige. De man, hertrouwd en met een nieuw kind, stelde dat hij geen draagkracht heeft vanwege zijn gestopte werk en bijstandsaanvraag. Het hof verwierp dit en ging uit van zijn verdiencapaciteit als uitbener.
De Hoge Raad oordeelt dat de regel dat het buiten beschouwing laten van inkomensverlies niet mag leiden tot onvoldoende middelen voor het eigen bestaan en niet mag resulteren in een inkomen onder 90% van de bijstandsnorm, alleen geldt bij onherstelbaar inkomensverlies. Bij herstelbaar inkomensverlies, waarbij de onderhoudsplichtige redelijkerwijs verwacht wordt het oorspronkelijke inkomen te herwinnen, geldt deze beperking niet.
Het hof had het feitelijke draagkrachtonderzoek achterwege mogen laten omdat het aannam dat het inkomensverlies herstelbaar was. De man had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij niet kon werken. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de eerdere beslissingen dat de man een bijdrage van f 250 per kind per maand moet betalen.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van draagkrachtregels en inkomensverlies bij alimentatie, met nadruk op de draagkracht van de onderhoudsplichtige en de mate waarin inkomensverlies wordt meegewogen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de onderhoudsbijdrage van f 250 per kind per maand blijft gehandhaafd.