ECLI:NL:PHR:2001:AD4011
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing van Marokkaans echtscheidingsrecht en openbare orde bij verstoting
De zaak betreft een verzoek tot echtscheiding tussen een Marokkaans echtpaar dat duurzaam gescheiden leeft. De man verzocht de rechtbank om echtscheiding uit te spreken, primair op basis van Nederlands recht en subsidiair op basis van Marokkaans recht met toepassing van het verstotingsinstituut. De rechtbank en het hof oordeelden dat Marokkaans recht van toepassing is en wezen het verzoek af omdat de verstoting niet rechtsgeldig kan worden erkend in Nederland vanwege vormvereisten en strijd met de openbare orde.
Het hof stelde dat het Marokkaanse verstotingsinstituut een fundamentele ongelijkheid tussen man en vrouw inhoudt, wat strijdig is met de Nederlandse openbare orde. De man ging in cassatie tegen deze beslissing. De Hoge Raad bevestigde dat het oordeel van het hof over de inhoud van het Marokkaanse recht niet in cassatie kan worden getoetst.
Wel oordeelde de Hoge Raad dat het hof ten onrechte het verzoek tot echtscheiding had mogen afwijzen zonder te onderzoeken of het verzoek toegewezen kan worden met toepassing van een aangepaste regeling of Nederlands recht. De verstotingsregeling is onaanpasbaar vanwege haar religieuze karakter, waardoor alleen de lex fori (Nederlands recht) als vervangend recht kan dienen.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden vonnis en wees de zaak toe tot echtscheiding op grond van Nederlands recht wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk. De zaak werd niet verwezen omdat nader onderzoek naar aanpassing van het Marokkaanse recht niet zinvol is. De conclusie van de Hoge Raad is dat fundamentele beginselen van de Nederlandse rechtsorde prevaleren boven de buitenlandse regeling die strijdig is met de openbare orde.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het bestreden vonnis en spreekt de echtscheiding uit op grond van Nederlands recht wegens strijd met de openbare orde van het Marokkaanse verstotingsinstituut.