ECLI:NL:PHR:2001:AD4291
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid uitlevering ondanks verstekvonnis bij onbekende verblijfplaats verdachte
De zaak betreft de uitlevering van een persoon aan de Tsjechische Republiek ter uitvoering van een vrijheidsstraf van 18 maanden wegens een dodelijk verkeersongeval. De verdachte was bij verstek veroordeeld omdat hij zich buiten het Tsjechische gebied ophield en niet bekend was bij de autoriteiten.
De verdediging voerde aan dat de verdachte niet in de gelegenheid was gesteld zijn verdediging te voeren, omdat hij niet op de hoogte was van de strafzaak en geen contact had met de toegevoegde advocaat. De rechtbank stelde echter vast dat de verdachte zich bewust aan de autoriteiten onttrok en daardoor geen gebruik maakte van de geboden mogelijkheid tot verdediging.
De Hoge Raad bevestigt dat het recht op verdediging volgens het EVRM vereist dat de verdachte ondubbelzinnig afstand moet doen van dit recht, wat hier het geval is doordat de verdachte zich verborgen hield. De uitlevering is daarom toelaatbaar, ondanks het verstekvonnis, en het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de toelaatbaarheid van de uitlevering ondanks verstekvonnis vanwege verborgen verblijfplaats verdachte.