ECLI:NL:PHR:2001:AD4298
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toelaatbaarheid uitlevering ondanks verstekvonnis in eerste aanleg
De zaak betreft een verzoek tot uitlevering van een persoon aan Italië ter vervolging wegens deelname aan een criminele organisatie. De rechtbank Maastricht verklaarde de uitlevering toelaatbaar, ondanks dat de opgeëiste persoon in eerste aanleg bij verstek was veroordeeld. De verdediging voerde aan dat uitlevering ontoelaatbaar is omdat de opgeëiste persoon onvoldoende gelegenheid tot verdediging had gehad in eerste aanleg.
De Hoge Raad overweegt dat artikel 5 lid 3 van Pro de Uitleveringswet uitlevering na verstekvonnis slechts toestaat indien de opgeëiste persoon voldoende gelegenheid heeft gehad zijn verdediging te voeren. In dit geval is het hoger beroep nog niet behandeld, waardoor het verstekvonnis niet definitief is. De aanwezigheid van een advocaat in eerste aanleg betekent niet automatisch dat aan het vereiste is voldaan, maar het feit dat het hoger beroep nog moet plaatsvinden maakt uitlevering mogelijk.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest voor zover daarin artikel 11 van Pro het Europees Uitleveringsverdrag werd toegepast en verklaart in plaats daarvan artikel 12 van Pro het verdrag van toepassing. Het cassatiemiddel wordt verworpen en de uitlevering blijft toelaatbaar.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatiemiddel en bevestigt de toelaatbaarheid van de uitlevering ter vervolging.