ECLI:NL:PHR:2001:AD4305
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering straf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld voor medeplegen van een overtreding van de Opiumwet en gekwalificeerde diefstal, waarbij een straf van onbetaalde arbeid en een geldboete werd opgelegd.
Verdachte stelde cassatieberoep in, maar er werden geen cassatiemiddelen ingediend. De zaak werd voor het eerst behandeld door de Hoge Raad na meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal merkt op dat deze termijnoverschrijding niet door bijzondere omstandigheden is gerechtvaardigd en dat dit een schending van het recht op een redelijke termijn inhoudt zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
Daarom adviseert hij de Hoge Raad om het vonnis te vernietigen voor wat betreft de strafoplegging, zelf de straf te verminderen en het beroep voor het overige te verwerpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn en verwerpt het beroep voor het overige.