ECLI:NL:PHR:2001:AD4313
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt schadevergoedingsmaatregel wegens niet-toepasselijkheid Wet Terwee
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verzoeker werd veroordeeld voor ontuchtige handelingen met minderjarigen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd kreeg op grond van art. 36f Sr.
Verzoeker was vrijgesproken van een van de feiten, maar veroordeeld voor andere feiten die in de periode 1985-1995 zijn gepleegd. Het hof legde een schadevergoedingsmaatregel op, maar de Hoge Raad stelt vast dat deze maatregel niet van toepassing is op feiten gepleegd vóór de inwerkingtreding van de Wet Terwee op 1 april 1995.
De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van het arrest waarin de schadevergoedingsmaatregel is opgelegd, maar verklaart het beroep voor het overige ongegrond. De overige veroordelingen blijven in stand.
De Hoge Raad wijst ook op het ontbreken van een keuze door het hof tussen de alternatieven 'meermalen' en 'eenmaal' gepleegde feiten, maar dit leidt niet tot vernietiging van het arrest.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad strekt tot vernietiging van de schadevergoedingsmaatregel en bevestiging van de overige onderdelen van het arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de schadevergoedingsmaatregel wegens niet-toepasselijkheid van art. 36f Sr op feiten vóór 1 april 1995, en verklaart het cassatieberoep voor het overige ongegrond.