ECLI:NL:PHR:2001:AD4339
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vonnis over onrechtmatig binnentreden en bewijsuitsluiting bij afwezigheid verdachte
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. Het geschil spitst zich toe op de rechtmatigheid van het binnentreden in de woning van verdachte zonder diens toestemming en bij diens afwezigheid.
Het hof verwierp het verweer van onrechtmatig bewijs omdat volgens het hof het binnentreden rechtmatig was, mede gelet op meldingen van buren over geluidsoverlast en een machtiging tot binnentreden. Echter, de Hoge Raad constateert dat de machtiging niet voorzag in het binnentreden bij afwezigheid van de bewoner in geval van dringende noodzaak, terwijl verdachte afwezig bleek te zijn. Hierdoor was het binnentreden onrechtmatig.
De Hoge Raad oordeelt dat het arrest van het hof niet kan blijven bestaan vanwege deze onjuiste rechtsopvatting en verwijst de zaak naar een ander hof voor hernieuwde behandeling. Daarnaast wijst de Hoge Raad erop dat bewijsuitsluiting niet automatisch volgt indien de politie redelijkerwijs mocht aannemen dat verdachte aanwezig was. Een tweede klacht over het ontbreken van dringende noodzaak faalt omdat dit verweer niet in hoger beroep is gevoerd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor hernieuwde beoordeling van het binnentreden en de bewijsrechtelijke gevolgen.