ECLI:NL:PHR:2001:AD4362
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging van strafoplegging wegens schending redelijke termijn en correcte betekening dagvaarding in internationaal strafproces
De verdachte werd door het gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en geldboete wegens het opzettelijk onttrekken van goed aan beslag. Het cassatieberoep werd ingesteld op 4 november 1999, maar de stukken bereikten de Hoge Raad pas op 18 juli 2000, wat een overschrijding van de redelijke termijn van meer dan acht maanden betekent. De Hoge Raad oordeelt dat hierdoor het recht op berechting binnen redelijke termijn is geschonden, wat aanleiding geeft tot vermindering van de opgelegde straf.
Daarnaast werd geklaagd dat de dagvaarding voor de terechtzitting van 8 juni 1999 niet op de juiste wijze aan verdachte in de Verenigde Staten was betekend. De Hoge Raad stelt dat de dagvaarding rechtsgeldig is verzonden aan het adres dat verdachte zelf had opgegeven en dat het niet onbestelbaar retour is gekomen. Het Verdrag tussen Nederland en de VS betreffende wederzijdse rechtshulp verplicht niet tot betekening via tussenkomst van de Amerikaanse autoriteiten, zodat de directe verzending toereikend is.
De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging uitsluitend ten aanzien van de strafbepaling en vermindert deze passend. De overige klachten worden verworpen. Er zijn geen ambtshalve gronden voor vernietiging gevonden.
Uitkomst: De strafoplegging wordt vernietigd en verminderd wegens schending van de redelijke termijn, terwijl de betekening van de dagvaarding rechtsgeldig is bevonden.