ECLI:NL:PHR:2001:AD4430

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
6 november 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03333/00
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 SrArt. 36b Sr
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verval van strafvordering door overlijden verdachte en gevolgen voor onttrekking aan het verkeer van een hond

Verzoekster is door het gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand wegens schuld aan zwaar lichamelijk letsel bij een ander. Tevens werd de onttrekking aan het verkeer van haar hond 'Bobby' uitgesproken vanwege het ongecontroleerde bezit.

Naar aanleiding van het overlijden van verzoekster op 23 januari 2001 is het recht tot strafvordering vervallen op grond van artikel 69 Wetboek Pro van Strafrecht. Dit verval strekt zich ook uit tot de onttrekking aan het verkeer van de hond, zoals bevestigd door de Hoge Raad.

De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad leidt tot vernietiging van de bestreden uitspraak voor zover het de vervolging betreft en tot niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie. Wel wordt opgemerkt dat een afzonderlijke rechterlijke beschikking tot onttrekking aan het verkeer van de hond mogelijk blijft volgens artikel 36b Sr, hoewel dit in deze zaak niet voor de hand ligt.

Uitkomst: Het recht tot strafvordering vervalt door het overlijden van de verdachte en daarmee ook de onttrekking aan het verkeer van de hond.

Conclusie

Nr. 03333/00
Mr Jörg
Zitting: 25 september 2001
Conclusie inzake
[verzoekster=verdachte]
1. Verzoekster is door het gerechtshof te 's-Gravenhage wegens "aan haar schuld te wijten zijn dat een ander zwaar lichamelijk letsel bekomt" veroordeeld tot één maand gevangenisstraf voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met onttrekking aan het verkeer van een hond, vuilnisbakkenras, kleur: bruin, genaamd 'Bobby'.
2. Namens verzoekster heeft mr. A.P. Visser, advocaat te 's-Gravenhage, drie middelen van cassatie voorgesteld bij een op 14 februari 2001 bij de Hoge Raad ingekomen schriftuur.
3. Per brief van 27 augustus 2001 heeft mr. A.P. Visser medegedeeld dat verzoekster op 23 januari 2001 is komen te overlijden. Naar aanleiding van dit schrijven is vanwege de strafadministratie van de Hoge Raad bij de gemeente [...] een "akte overlijden" opgevraagd.
4. Blijkens een door de gemeente [...] overgelegd, door een ambtenaar van de burgerlijke stand van die gemeente gewaarmerkt, afschrift van een "akte van overlijden" van 3 september 2001 is verzoekster op 23 januari 2001 aldaar overleden. Ingevolge art. 69 Sr Pro is daarom in deze zaak het recht tot strafvordering vervallen.
5. Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft in hoger beroep, naast de veroordeling van verzoekster, de onttrekking aan het verkeer van een hond genaamd 'Bobby' uitgesproken op de grond dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang. Tegen de achtergrond van HR 26 mei 1998, NJ 1998, 873 moet worden geoordeeld dat het verval van het recht tot strafvordering door de dood van verzoekster zich mede uitstrekt tot de uitgesproken onttrekking aan het verkeer van 'Bobby'.
6. Wel dient te worden opgemerkt dat op vordering van het openbaar ministerie bij een afzonderlijke rechterlijke beschikking (wederom) de onttrekking aan het verkeer kan worden bevolen op grond van art. 36b, eerste lid sub 4, Sr. Gezien de motivering van het hof van de onttrekking aan het verkeer lijkt zo'n vordering op het eerste gezicht niet voor de hand te liggen. Het hof heeft immers overwogen dat het feit dat verzoekster tot onvoldoende controle over de hond in staat was, de reden vormde voor de onttrekking aan het verkeer.
7. Gezien het bovenstaande kom ik thans niet meer aan de bespreking van voorgestelde middelen toe.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak behoudens voorzover daarbij het vonnis van de rechtbank is vernietigd en tot niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie in de vervolging.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG