ECLI:NL:PHR:2001:AD4509
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor bedreiging en diefstal hout ondanks verweer mede-eigendom en redelijke termijn
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens bedreiging met geweld en diefstal van hout, en kreeg een geldboete opgelegd. In hoger beroep stelde de raadsman dat het hout mede-eigendom van verdachte was en niet was weggenomen maar ter afvoer aan de straat was gezet. Het hof verwierp dit verweer omdat verdachte dit niet aannemelijk had gemaakt en getuigenverklaringen het tegendeel bewezen.
De verdediging voerde ook aan dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden. Het hof oordeelde echter dat de procedure binnen 24 maanden was afgerond en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die tot een ander oordeel zouden leiden. Dit oordeel werd door de Hoge Raad bevestigd.
Verder werd het middel verworpen dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de verklaring van een getuige als bewijs werd gebruikt. De Hoge Raad stelde dat de rechter niet verplicht is zijn bewijsmateriaal uitgebreid te motiveren en dat het hof de verklaring terecht als betrouwbaar beschouwde.
De Hoge Raad concludeerde dat de veroordeling terecht is en dat de cassatiemiddelen falen. De opgelegde geldboete blijft in stand en de procedure is binnen een redelijke termijn behandeld.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte wegens bedreiging en diefstal en verwerpt de cassatiegronden.