ECLI:NL:PHR:2001:AD4573
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling voor verduistering leaseauto wegens onduidelijkheid over valsheid in geschrift
Verdachte werd door het hof veroordeeld voor verduistering van een Peugeot 306 die hij verkreeg via een leaseovereenkomst waarbij hij de handtekening van zijn zoon gebruikte. De verdediging stelde dat verdachte de auto door een misdrijf, namelijk valsheid in geschrift, had verkregen. Het hof verwierp dit en oordeelde dat ondanks de valse handtekening de leasemaatschappij instemde met de afgifte.
De Hoge Raad constateert echter dat het hof niet helder heeft gemotiveerd waarom de valsheid in geschrift niet causaal was voor de afgifte van de auto. Het hof stelde enerzijds dat de leasemaatschappij erop moest vertrouwen dat de ondertekenaar de juiste persoon was, maar anderzijds dat de instemming er toch was ondanks de valsheid. Dit acht de Hoge Raad onbegrijpelijk.
De Hoge Raad verwijst de zaak terug naar een ander hof voor hernieuwde behandeling, omdat niet is vastgesteld of de valsheid in geschrift daadwerkelijk bepalend was voor de afgifte van de auto. Hierdoor kan bij een nieuwe beoordeling blijken dat verdachte de auto niet onrechtmatig onder zich had.
De zaak betreft een complexe afweging tussen de geldigheid van de leaseovereenkomst, de gevolgen van een valse handtekening en de vraag of verdachte zich schuldig maakte aan verduistering of valsheid in geschrift. De Hoge Raad benadrukt het belang van een duidelijke motivering in dit verband.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor hernieuwde behandeling.