ECLI:NL:PHR:2001:AD4928
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid voorschotbetaling na opzegging distributieovereenkomst
Tussen Lachish Industries Ltd en Logifeed B.V. bestond sinds 1986 een distributieovereenkomst voor voermengwagens in Nederland, Duitsland en Denemarken. In 1999 zegde Lachish de distributieovereenkomsten op, waarop Logifeed in kort geding een voorschot op schadevergoeding van ƒ 1.000.000 vorderde. De rechtbank en het hof wezen deze vordering toe vanwege het spoedeisend belang van Logifeed, die inkomsten zag wegvallen.
Lachish stelde in cassatie dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het spoedeisend belang bestond, mede omdat de liquiditeitsproblemen niet aannemelijk waren gemaakt. Ook betwistte zij dat sprake was van een vertrouwensbreuk die de opzegging rechtvaardigde. De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende feiten en omstandigheden had aangewezen om het spoedeisend belang aan te nemen en dat de motivering omtrent de vertrouwensbreuk niet onbegrijpelijk was.
De Hoge Raad bevestigde dat voor toekenning van een voorschot geen financiële noodsituatie vereist is en dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het verstrekken van kortingen onderdeel was van de marktstrategie van Logifeed, waardoor geen directe verplichting tot doorberekening aan afnemers bestond. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Lachish wordt verworpen en het voorschot van ƒ 1.000.000 aan Logifeed bevestigd.