ECLI:NL:PHR:2001:AD5168
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering van geldboete wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
Verzoekster werd door de Economische Politierechter veroordeeld tot een geldboete van vijfhonderd gulden wegens overtreding van een voorschrift uit de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Het vonnis werd bekrachtigd na verzet. In cassatie werd aangevoerd dat de bewezenverklaring onvoldoende was omdat deze steunde op slechts één verklaring van een dierenarts.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel faalt wegens gebrek aan feitelijke grondslag en dat in cassatie niet kan worden aangevoerd wat in feitelijke aanleg niet is vastgesteld. Tevens wordt ambtshalve aandacht gevraagd voor de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase: de procedure duurde ruim 30 maanden, wat een overschrijding van de redelijke termijn betekent zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro.
Hoewel verzoekster geen expliciet beroep deed op de schending van de redelijke termijn, acht de Hoge Raad dit niet onredelijk gezien de omstandigheden. De strafoplegging wordt daarom verminderd met 10% om het recht op een redelijke termijn te compenseren. De rest van het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De opgelegde geldboete wordt met 10% verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.