ECLI:NL:PHR:2001:AD5183
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatie wegens ontbreken van gronden na onvolledige toezending dossierstuk
Verzoeker is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk. In cassatie wordt geklaagd over het ontbreken van alle even bladzijden in de aanvulling op het arrest, waardoor een adequate verdediging in cassatie onmogelijk zou zijn en het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM Pro) zou zijn geschonden.
De Hoge Raad stelt vast dat de onvolledige toezending van het dossierstuk het gevolg is van een administratieve fout bij de Hoge Raad zelf. Echter, verzoeker heeft niet tijdig opgemerkt dat het stuk onvolledig was en heeft ook geen verzoek gedaan om een aanvullende termijn voor het indienen van middelen. Hierdoor is sprake van nalatigheid aan de zijde van verzoeker.
De Hoge Raad overweegt dat niet iedere administratieve fout leidt tot een schending van procesrechten die de uitkomst van de strafzaak beïnvloedt. Omdat verzoeker niet tijdig heeft gehandeld, is het beroep op een schending van het recht op een eerlijk proces ongegrond.
De Hoge Raad ziet geen gronden voor cassatie en concludeert tot verwerping van het beroep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens gebrek aan gronden en nalatigheid van verzoeker.