ECLI:NL:PHR:2001:AD5231
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt behoud beslag op horloge wegens onvoldoende eigendomsaantoon door klager
De rechtbank te 's-Hertogenbosch verklaarde het klaagschrift van klager tegen de inbeslagname van een duur horloge ongegrond. Klager stelde dat het horloge aan hem toebehoorde en niet aan zijn broer, onder wie het beslag was gelegd. De rechtbank oordeelde dat het vermoeden dat verdachte eigenaar was niet was weerlegd, mede omdat de door klager overgelegde commissiebon geantedateerd en dus niet betrouwbaar was.
Klager stelde dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom het beslag niet op het eerste gezicht kon worden opgeheven. De officier van Justitie voerde aan dat het horloge aan verdachte toebehoorde en dat het belang van de strafvordering, met name de bewaring van het recht tot verhaal, zich tegen opheffing van het beslag verzette.
De Hoge Raad concludeerde dat de rechtbank geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en haar oordeel niet onbegrijpelijk was. Het cassatiemiddel faalde en het beroep werd verworpen. De conclusie van de Procureur-Generaal strekte tot verwerping van het beroep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het beslag op het horloge blijft gehandhaafd.