ECLI:NL:PHR:2001:AD5318
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansprakelijkheid en exoneratieclausules bij stroomonderbreking door aannemer in elektriciteitsnet
De zaak betreft een geschil tussen Océ en ABB over aansprakelijkheid voor schade door stroomonderbreking veroorzaakt door werkzaamheden van ABB in opdracht van Mega Limburg. Océ vordert schadevergoeding wegens onderbreking van elektriciteitslevering door een kortsluiting tijdens werkzaamheden.
De kern van het geschil draait om de uitleg van exoneratieclausules in de Algemene Voorwaarden Grootverbruikers Elektriciteit (AVGE) en de vraag of ABB als hulppersoon ondergeschikt aan Mega Limburg aansprakelijk is voor de schade. Het hof oordeelde dat ABB zich op de exoneratie kon beroepen, mede omdat Mega Limburg aansprakelijk is voor ABB op grond van art. 6:76 BW Pro.
De Hoge Raad stelt dat het hof onjuist heeft geoordeeld over de uitleg van het derdenbeding in art. 21 lid 4 AVGE Pro, met name dat rechtspersonen zoals ABB niet onder het begrip 'personen' vallen. Tevens is geoordeeld dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom ABB als hulppersoon aansprakelijk zou zijn. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van aansprakelijkheid en exoneratie.