ECLI:NL:PHR:2001:AD5362
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg van de weigeringsgrond voor homologatie van een schuldsaneringsakkoord volgens artikel 153 lid 2 Faillissementswet
In deze zaak stond de uitleg van artikel 153 lid 2 aanhef Pro en onder 1 van de Faillissementswet centraal, die bepaalt dat homologatie van een akkoord in faillissement geweigerd moet worden indien de baten des boedels de som van het akkoord aanmerkelijk te boven gaan. De Rechtbank had het akkoord van het echtpaar [...] gehomologeerd ondanks het verzet van crediteur De IJssel, die stelde dat de baten des boedels ook toekomstige spaartegoeden moesten omvatten.
Het Gerechtshof Amsterdam verwierp het beroep van De IJssel en stelde dat de baten des boedels het saldo op het moment van aanbieding van het akkoord betreffen. De IJssel ging in cassatie tegen deze uitleg. De Hoge Raad overwoog dat de boedel niet alleen de goederen ten tijde van de schuldsanering omvat, maar ook toekomstige baten die tijdens de regeling worden verkregen.
De Hoge Raad oordeelde dat de wet geen aanknopingspunt biedt voor een beperkte uitleg van de baten des boedels tot het moment van aanbieding van het akkoord. Integendeel, de baten moeten dynamisch worden opgevat, inclusief de verwachte toekomstige baten gedurende de schuldsaneringsregeling. Dit sluit aan bij de strekking van de bepaling om benadeling van schuldeisers te voorkomen.
De zaak werd vernietigd en verwezen naar een ander gerechtshof voor hernieuwde beoordeling of de baten des boedels, inclusief de toekomstige baten, de som van het akkoord aanmerkelijk te boven gaan. De overige middelen van cassatie werden niet behandeld vanwege het slagen van het hoofdmiddel.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van de baten des boedels inclusief toekomstige baten.