ECLI:NL:PHR:2001:AD5493
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over Wet herstructurering varkenshouderij en eigendomsrechtelijke bescherming
In deze zaak staat de Wet herstructurering varkenshouderij (Whv) centraal, die een generieke korting en beperking van varkensrechten beoogt om milieuschade door mestoverschotten te beperken. De Nederlandse Vakbond van Varkenshouders en andere eisers stellen dat deze wet onrechtmatig is wegens ontneming van eigendomsrechten zonder adequate compensatie, strijd met het Europees recht en schending van algemene rechtsbeginselen.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de Whv inbreuk maakt op eigendomsrechten, maar dat het geen ontneming betreft, doch regulering van gebruik, en dat de wet een zelfstandig milieubeschermingsdoel dient. Het hof achtte de wet echter onverenigbaar met de gemeenschappelijke marktordening voor varkensvlees wegens disproportionele invloed.
De Hoge Raad bevestigt het toetsingsverbod van art. 120 Grondwet Pro, waardoor toetsing van wetten aan ongeschreven algemene rechtsbeginselen niet is toegestaan. Tevens wordt de ruime beoordelingsmarge van nationale autoriteiten bij milieumaatregelen benadrukt. De Hoge Raad oordeelt dat de Whv een legitiem milieudoel nastreeft en dat nationale maatregelen die milieubescherming beogen, ook al beïnvloeden zij de marktordening, in beginsel zijn toegestaan. De tweede generieke korting wordt echter vernietigd wegens onvoldoende motivering van de noodzakelijkheid.
De varkensrechten worden als regulering van eigendom aangemerkt, niet als ontneming, en de beperkte overdraagbaarheid en marktwerking bieden enige compensatie. De Hoge Raad wijst de vorderingen van eisers af en veroordeelt hen in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de vorderingen van eisers af en vernietigt het hofarrest slechts voor de tweede generieke korting wegens onvoldoende motivering.