ECLI:NL:PHR:2001:AD5569
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering afwijzing aanbod onbetaalde arbeid bij sociale zekerheidsfraude
De verdachte werd door de politierechter bij verstek veroordeeld tot vier weken gevangenisstraf wegens meermalen gepleegde valsheid in geschrift (sociale zekerheidsfraude). De verdachte stelde hoger beroep in en bood aan onbetaalde arbeid te verrichten in plaats van de gevangenisstraf, vanwege zijn baan en gezinssituatie.
Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter zonder de strafmotivering aan te vullen en zonder expliciet te motiveren waarom het aanbod tot onbetaalde arbeid werd afgewezen, zoals vereist op grond van artikel 359, achtste lid, oud Wetboek van Strafvordering.
De Hoge Raad overweegt dat het aanbod van de verdachte voldoende expliciet ter kennis van de rechter is gebracht en dat het hof in strijd met de wettelijke voorschriften heeft gehandeld door niet te motiveren waarom het aanbod werd afgewezen. Daarom wordt het arrest vernietigd voor zover het de strafoplegging betreft en wordt de zaak verwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde berechting.
De conclusie benadrukt de noodzaak van een duidelijke motivering bij afwijzing van een aanbod tot het verrichten van onbetaalde arbeid, conform de parlementaire geschiedenis en jurisprudentie, en bevestigt dat het aanbod door de verdachte zelf moet worden gedaan, maar dat dit ook schriftelijk vooraf kan gebeuren.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor zover het de strafoplegging betreft en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde berechting met motivering van de afwijzing van het aanbod tot onbetaalde arbeid.