ECLI:NL:PHR:2001:AD7395
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beperkte aansprakelijkheid opdrachtgever voor schade door niet-ondergeschikte opdrachtnemer volgens artikel 6:171 BW
In deze zaak vordert de Stoeterij de Stoeterij de Stoeterij de Stoeterij de Stoeterij Delfland aansprakelijk te stellen voor schade veroorzaakt door graafwerkzaamheden uitgevoerd door een derde, [A B.V.], in opdracht van Delfland. De kernvraag is of Delfland op grond van artikel 6:171 BW Pro aansprakelijk kan worden gehouden voor schade veroorzaakt door een niet-ondergeschikte opdrachtnemer.
De rechtbank oordeelde dat de graafwerkzaamheden ter uitoefening van het bedrijf van Delfland waren verricht, waardoor Delfland aansprakelijk zou zijn. Delfland betwistte dit en stelde dat de werkzaamheden niet tot haar bedrijfsactiviteiten behoren, aangezien zij elektriciteit levert en niet zelf graafwerkzaamheden uitvoert.
De Hoge Raad benadrukt dat artikel 6:171 BW Pro restrictief moet worden uitgelegd en dat het begrip "werkzaamheden ter uitoefening van diens bedrijf" eng moet worden geïnterpreteerd. De wetgever had vooral het oog op situaties van onderaanneming binnen hetzelfde bedrijf. De Hoge Raad oordeelt dat het leggen of vernieuwen van kabels, hoewel noodzakelijk voor de elektriciteitslevering, niet onlosmakelijk verbonden is met de bedrijfsuitoefening van Delfland als elektriciteitsleverancier.
De conclusie is dat Delfland niet aansprakelijk is op grond van artikel 6:171 BW Pro voor de schade veroorzaakt door de graafwerkzaamheden van [A B.V.]. Het arrest vernietigt het vonnis van de Rechtbank en verwijst de zaak terug naar het Hof voor verdere beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de Rechtbank en verwijst de zaak naar het Hof, waarbij zij bevestigt dat Delfland niet aansprakelijk is op grond van artikel 6:171 BW voor de schade veroorzaakt door de graafwerkzaamheden.