ECLI:NL:PHR:2001:AD7753
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid van onteigeningsprocedure en schadeloosstelling gemeente Rotterdam
De zaak betreft een geschil over de onteigening van percelen door de gemeente Rotterdam ten behoeve van een bestemmingsplan. Eiseres, eigenaar van de onteigende percelen, stelde dat de gemeente onredelijk had gehandeld bij het bepalen van de schadeloosstelling, mede vanwege onduidelijkheden over de huur- en beschermingsrechten van een huurder, [A B.V.].
De rechtbank had de onteigening uitgesproken en het voorschot op de schadeloosstelling vastgesteld. Eiseres stelde dat de gemeente zich onherroepelijk had gebonden aan een schadeloosstelling gebaseerd op integrale verplaatsing van het bedrijf van [A B.V.], wat volgens haar niet werd nageleefd. De Hoge Raad oordeelde dat de stukken dit niet ondersteunen en dat de gemeente redelijk en serieus heeft gehandeld in haar pogingen tot minnelijke verkrijging.
De Hoge Raad benadrukte dat artikel 17 van Pro de Onteigeningswet vereist dat de onteigenende partij serieus tracht tot overeenstemming te komen, maar dat de gemeente niet verplicht is om hogere biedingen te doen dan redelijk is. De verschillen in biedingen werden verklaard door veranderende omstandigheden, waaronder de huurbeschermingsrechten van [A B.V.]. Het beroep van eiseres wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de onteigening en schadeloosstelling zijn rechtmatig.