ECLI:NL:PHR:2001:AD7756
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid onteigeningsbesluit gemeente Rotterdam na vruchteloze minnelijke onderhandelingen
De gemeente Rotterdam besloot op 1 juli 1999 tot onteigening van drie percelen eigendom van eiseres, welke goedgekeurd werd bij Koninklijk Besluit van 28 januari 2000. Eiseres voerde aan dat de gemeente onvoldoende minnelijke onderhandelingen had gevoerd voorafgaand aan het onteigeningsbesluit, omdat geen formeel schriftelijk bod was uitgebracht.
De Rechtbank Rotterdam oordeelde dat aan het vereiste van redelijke doch vruchteloze pogingen tot minnelijke verwerving was voldaan, waarbij het niet strikt noodzakelijk is dat voorafgaand aan het raadsbesluit al een formeel bod is gedaan. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat de gemeente voldoende pogingen heeft gedaan, zowel voorafgaand aan als na het definitief worden van het onteigeningsbesluit.
Het cassatieberoep van eiseres faalt omdat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat minnelijke verwerving alsnog mogelijk was geweest. De Hoge Raad concludeert dat de Rechtbank de norm van artikel 17 Onteigeningswet Pro juist heeft toegepast en dat het beroep daarom verworpen moet worden.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het onteigeningsbesluit van de gemeente Rotterdam blijft in stand.