ECLI:NL:PHR:2001:ZC3483
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechter bij vordering schadevergoeding wegens afgebroken onderhandelingen onder EEX-verdrag
Deze zaak betreft de vraag of de Nederlandse rechtbank bevoegd is om kennis te nemen van een vordering tot schadevergoeding wegens afgebroken onderhandelingen tussen vennootschappen gevestigd in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, op grond van het EEX-verdrag.
Chemconserve en Reakt vorderen schadevergoeding van BUS wegens het eenzijdig afbreken van onderhandelingen over een deelneming in Metrex B.V., wat volgens hen onrechtmatig was en schade veroorzaakte. BUS stelt dat de Duitse rechter bevoegd is, omdat het schadebrengende feit zich in Duitsland zou hebben voorgedaan.
De rechtbank en het hof in Den Haag oordeelden dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van art. 5 aanhef Pro en sub 3 EEX, omdat de brief waarmee BUS de onderhandelingen beëindigde in Rijswijk werd ontvangen. De Hoge Raad onderzoekt of de vordering moet worden gekwalificeerd als een verbintenis uit overeenkomst (art. 5 sub Pro 1 EEX) of uit onrechtmatige daad (art. 5 sub Pro 3 EEX), of mogelijk niet onder deze bepalingen valt.
De Hoge Raad verwijst naar de jurisprudentie van het Hof van Justitie EU over verdragsautonome kwalificaties en benadrukt dat de plaats van uitvoering of het schadebrengende feit bepalend is voor de bevoegdheid. Gezien de complexiteit van de kwalificatie en de uiteenlopende opvattingen in literatuur en rechtspraak, besluit de Hoge Raad de zaak te schorsen en het Hof van Justitie EU om een prejudiciële beslissing te vragen over de uitleg van art. 5 aanhef Pro en sub 1 en sub 3 EEX.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst de procedure en verwijst prejudicieel aan het Hof van Justitie EU over de uitleg van art. 5 EEX.