ECLI:NL:PHR:2001:ZC3641
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Huurprijsherziening en koopprijsbepaling winkelpand met investeringscompensatie
In deze zaak gaat het om een geschil tussen WE Vastgoed B.V. en de verweerster over de huurprijs van een winkelpand dat in 1984 werd verhuurd met de verplichting tot afbraak en nieuwbouw. Partijen hadden afgesproken dat na tien jaar de huurprijs herzien kon worden, waarbij rekening zou worden gehouden met de investeringen van de huurder. Tevens was een recht van koop bedongen, waarbij deskundigen de koopprijs moesten bepalen op basis van de huuruitkomst.
De rechtbank Breda had vastgesteld dat in de overeengekomen huurprijs een korting was begrepen en dat deskundigen zich bij de koopprijsbepaling moesten richten op een huurprijs van €180.000 per jaar per 1 januari 1985. Het hof Den Bosch bekrachtigde deze uitspraken en hield rekening met de huuruitkomst als basis voor de koopprijs.
WE Vastgoed stelde in cassatie dat het hof de maatstaf van het Haviltex-arrest had geschonden en dat het hof onjuist inzicht had getoond ten aanzien van de huurprijsvaststelling volgens art. 7A:1632a BW. De Hoge Raad verwierp deze klachten, oordeelde dat het hof zijn beslissing voldoende had gemotiveerd en dat de huuruitkomst als uitgangspunt voor de koopprijsbepaling passend was.
De Hoge Raad concludeert dat het hof geen essentiële stellingen buiten beschouwing had gelaten en dat de beslissing begrijpelijk en gemotiveerd is. De klachten van WE Vastgoed falen en het beroep in cassatie wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van WE Vastgoed wordt verworpen en de eerdere uitspraken worden bekrachtigd.