ECLI:NL:PHR:2001:ZC3643
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag tandarts bij de Staat wegens vermeende tekortkomingen en weigering inzage onderzoeksgegevens
De zaak betreft een tandarts die sinds 1982 bij de Staat in dienst was en in 1995 ontslag kreeg wegens vermeende tekortkomingen in zijn tandheelkundige werkzaamheden en onvoldoende toezicht op declaraties. Een commissie onderzocht de klachten, maar de tandarts kreeg geen inzage in de onderzoeksgegevens vanwege een beroep op het Privacyreglement.
De kantonrechter oordeelde aanvankelijk dat het ontslag onrechtmatig was, maar na verzet wees de rechter de vorderingen af. In hoger beroep werd het ontslag als kennelijk onredelijk beoordeeld, omdat de Staat de werknemer onvoldoende aanknopingspunten gaf om de beschuldigingen te verifiëren en te betwisten. De Staat weigerde ook tijdens de procedure inzage te geven, wat de positie van de werknemer verder benadeelde.
De Hoge Raad bevestigt dat de Staat tekort is geschoten in zijn verplichting om de werknemer voldoende informatie te verschaffen over de ontslaggronden. Hierdoor was het ontslag kennelijk onredelijk en werd een schadevergoeding van f 125.000,- toegekend. De klachten van de Staat tegen deze beoordeling en de hoogte van de vergoeding werden verworpen.
Uitkomst: Het ontslag van de tandarts werd als kennelijk onredelijk beoordeeld en de Staat werd veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van f 125.000,-.