ECLI:NL:PHR:2001:ZC3669
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vonnissen over ontruiming woning bij huur voor kortdurend gebruik wegens schending recht op pleidooi
In deze zaak gaat het om de ontruiming van een woning die door eiseres was gehuurd van Stichting Christelijke Hulpverlening (SCH) voor een kortdurende periode in het kader van hulpverlening. De huurovereenkomst was schriftelijk aangegaan voor een bepaalde, korte tijdsduur. Na het verstrijken van de overeengekomen huurperiode weigerde eiseres de woning te ontruimen, waarna SCH een procedure startte.
De kantonrechter en de Rechtbank oordeelden dat de huurovereenkomst rechtsgeldig was geëindigd en veroordeelden eiseres tot ontruiming. Eiseres had in appel verzocht om pleidooi, maar dit verzoek werd door de Rechtbank afgewezen. De Hoge Raad stelt vast dat het recht op pleidooi, mede gegrond op art. 6 EVRM Pro en art. 144 Rv Pro, een fundamenteel procesrecht is dat in beginsel geldt, ook in hoger beroep bij de kantonrechter, tenzij bijzondere omstandigheden dit recht kunnen beperken.
De Hoge Raad oordeelt dat de Rechtbank onvoldoende gemotiveerd heeft waarom het verzoek om pleidooi werd geweigerd en dat de belangen van eiseres, de aard van de zaak en het feit dat er nog geen mondelinge behandeling had plaatsgevonden, indicaties zijn dat pleidooi had moeten worden toegestaan. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen voor een nieuwe beoordeling waarbij eiseres de gelegenheid krijgt haar standpunten mondeling toe te lichten.
Daarnaast bevestigt de Hoge Raad dat de huurovereenkomst valt onder de uitzondering van art. 7A:1623a lid 1 BW voor huur van woonruimte die naar zijn aard van korte duur is, waardoor de huurovereenkomst rechtsgeldig eindigde door het verstrijken van de overeengekomen duur zonder dat opzegging vereist was.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de vonnissen en verwijst de zaak terug voor een nieuwe beoordeling met pleidooi.