ECLI:NL:PHR:2001:ZC3689
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid werkgever voor verkeersongeval postbesteller door onvoldoende veiligheidsmaatregelen
Op 15 februari 1994 raakte een postbesteller van PTT Post ernstig gewond bij een verkeersongeval tijdens zijn werk. Hij volgde de instructie om de dienstauto aan de linkerzijde van een buitenweg te parkeren. Toen een envelop de weg op waaide, rende hij impulsief achter de envelop aan en werd aangereden door een tegemoetkomende auto.
De postbesteller vorderde schadevergoeding op grond van artikel 7:658 BW Pro, stellende dat PTT Post tekort was geschoten in haar zorgplicht door onvoldoende veiligheidsmaatregelen te treffen, zoals het voorkomen dat post uit de bestelwagen kon waaien. PTT Post voerde verweer dat het impulsieve gedrag van de werknemer niet te voorkomen was met instructies.
De Rechtbank oordeelde dat PTT Post aansprakelijk was omdat zij onvoldoende schriftelijke veiligheidsinstructies had gegeven en geen toezicht hield op naleving, terwijl de werkzaamheden aanzienlijke risico's met zich meebrachten. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp de klachten van PTT Post, waarbij werd benadrukt dat de werkgever verplicht is redelijke maatregelen te treffen om ongevallen te voorkomen, ook rekening houdend met het ervaringsfeit dat dagelijkse werkervaring de voorzichtigheid kan verminderen.
De Hoge Raad stelde vast dat het impulsieve gedrag van de werknemer voortkwam uit de gevaarlijke situatie die werd veroorzaakt door het wegwaaien van post, een risico dat PTT Post had kunnen en moeten beperken. De conclusie van de Hoge Raad was dat PTT Post aansprakelijk is voor de schade van de werknemer wegens het niet voldoen aan haar zorgplicht.
Uitkomst: PTT Post is aansprakelijk voor het verkeersongeval van de postbesteller wegens onvoldoende veiligheidsmaatregelen en instructies.