ECLI:NL:PHR:2001:ZC3695
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verrekening waardestijging echtelijke woning bij Amsterdams verrekenbeding
De zaak betreft de afwikkeling van een echtscheiding waarbij partijen een Amsterdams verrekenbeding (AV) hadden gesloten dat niet werd uitgevoerd. Partijen waren gehuwd onder uitsluiting van gemeenschap van goederen met een AV dat overgespaarde inkomsten jaarlijks gelijk verdeelde.
De man had vóór het huwelijk een woning verworven met een hypothecaire lening, die tijdens het huwelijk niet werd afgelost maar waarvoor premies van levensverzekeringen werden betaald uit gezamenlijke inkomsten. Tijdens het huwelijk werd de woning verbouwd met middelen uit gezamenlijk inkomen. Bij verkoop van deze eerste woning werd overwaarde gerealiseerd die deels werd gebruikt voor aankoop van een tweede woning, die gezamenlijk eigendom werd.
De vrouw vorderde verrekening van de waardestijging van de eerste woning op grond van het AV, terwijl de man dit betwistte. De rechtbank en het hof oordeelden dat de waardestijging van de eerste woning niet in de verrekening betrokken hoefde te worden, omdat de woning privé-eigendom van de man was en de hypotheeklening privé was afgesloten. Wel werden de verbouwingskosten deels verrekend. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel, maar oordeelde dat aflossingen op de hypotheek die tijdens het huwelijk met overgespaarde inkomsten zijn gedaan, als belegging moeten worden gezien en dat de waardestijging die hieruit voortvloeit wel verrekend moet worden. De betaalde rente werd niet als belegging beschouwd, maar als consumptieve uitgave waar woongenot tegenover staat. Verbouwingskosten leiden niet tot verrekening van waardestijging omdat zij niet noodzakelijk tot waardevermeerdering leiden.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof voor zover het de verrekening van de waardestijging van de woning betrof en verwees de zaak terug voor nadere berekening van het verrekenbare deel van de waardestijging. De peildatum voor waardebepaling van de tweede woning is de datum van feitelijke verdeling, omdat geen bindende overeenkomst over een andere peildatum was gesloten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het de verrekening van de waardestijging van de eerste woning betreft en verwijst terug voor nadere berekening.