ECLI:NL:PHR:2001:ZC3698
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt draagkrachtberekening zonder aftrek Debeka-premies in alimentatiegeschil
Partijen zijn gehuwd sinds 1979 en de vrouw heeft in 1999 echtscheiding en alimentatie gevorderd. De rechtbank stelde de alimentatie vast op ƒ 506,- per maand, het hof verhoogde dit tot ƒ 1.200,-. De man stelde cassatieberoep in tegen de draagkrachtberekening van het hof, met name tegen de wijze waarop de zogenoemde Debeka-premies werden behandeld.
De Debeka-premies zijn premies die de Duitse werkgever van de man betaalt voor een levensverzekering als onderdeel van de pensioenvoorziening. De rechtbank rekende deze premies tot het brutoloon en trok ze als vaste lasten af, terwijl het hof ze niet als last meerekende maar het netto-inkomen inclusief premies vaststelde.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof als feitenrechter vrij was om het netto-inkomen inclusief Debeka-premies vast te stellen en deze premies niet als last mee te rekenen. De klacht van de man dat het hof ook het netto-inkomen had moeten aanpassen faalt, omdat dit niet onbegrijpelijk is en de feitenrechter hier een vrije beoordelingsruimte heeft.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de draagkrachtberekening van het hof zonder aftrek van Debeka-premies.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de draagkrachtberekening van het hof zonder aftrek van Debeka-premies wordt bevestigd.